jump to navigation

Ernst Ott, Secundaire Progressies

Levensloopanalyse<br>E. Ott
Levensloopanalyse
Uitg. Hajefa, Zoetermeer, 18.00 Euro

Het is lang geleden dat er iets goeds verscheen op het gebied van secundaire progressies in de Nederlandse taal, het laatste boek erover wat ik zelf las, in het Nederlands althans, kwam van Cornelis Gorter…… maar eindelijk dan een goed didactisch verantwoord:-) boekje over secundaire progressies, heel leesbaar vertaald uit het Duits door Peter Saarloos. Een boekje dat een perfecte aanvulling vormt voor de lessen erover van het CHTA, vooral voor die mensen die de lessen te gecompliceerd vonden met alle rekenvoorbeelden. Het moeilijke lesgeven in sec progressies maakt Ernst Ott zich gewoon van af door simpelweg de standen uit de efemeride te gebruiken:-)

Maar dat kan ook een methode zijn die veel sneller tot inzicht komt, en het hele leven in een keer in kaart kan brengen. Progressies van de echt langzame planeten worden zo niet meegenomen (ze komen wel eens een enkele keer voor)

De manier waarop de schrijver met het fenomeen van “voorspelling” omgaat, waar mensen makkelijk aan zouden kunnen denken als het over progressies gaat, beschrijft hij fenomenaal op blz. 22 (het meestergetal:-), als hij refereert aan het oude Zo Boven Zo Beneden:

“Wie bijvoorbeeld vraagt: ” krijg ik op tijd mijn geld?” die vergelijkt het aardse met het aardse. Het is weliswaar zeer belangrijk om op tijd over het geld te beschikken dat ons toekomt, maar om dit te weten te komen moeten we de astrologie niet gebruiken. Johannes Kepler benadrukte elke keer weer dat de astrologie niet bedoeld is om aardse zaken voor ons te beslissen. Een betere vraag is “welke hogere betekenis heeft deze situatie of gebeurtenis voor mijn ontwikkeling? Wie de progressies gebruikt, wordt zijn problemen de baas als hij zijn aardse leven met het hemelse of geestelijke niveau in overeenstemming brengt. Dan is voor hem de formule “een dag is een jaar” geen rekenkundig feit, maar een boodschap of iets waar een bedoeling achter zit. Zo iemand zegt dan door het gebruik van de progressies: “mag mijn aardse leven in overeenstemming komen met de kosmische wetten! Zoals meestal, als de astrologie verstandig wordt toegepast, krijg je geen goedkoop antwoord. Eigenlijk helemaal geen antwoord maar een vraag. De progressies confronteren ons met een nieuwe vraagstelling.,vanuit een nieuwe optiek. ”

In het boekje komt ook een fictief consult met Einstein voor, waar nog boeiende consulttips in staan, zoals deze: ” Cliënt Einstein midden in het consultgesprek:
 “Misschien kan ik mijn bekendheid voor iets anders inzitten… maar waarvoor? … (pauze). Ziet u iets in de horoscoop?”
Dit is een gevaarlijk moment in het gesprek, zegt de schrijver dan geheel terecht. ” Als de astroloog nu niet oppast, dan zal hij zijn helpersinstinct volgen en tips gaan geven….”

Het boekje eindigt (hoera) met de progressieve Maanfasen van Dane Rudhyar. Het boekje sluit dus naadloos aan op de CHTA lessen, en zorgt er misschien voor dat sommigen de progressies meer gaan inzetten, waar men ze eerst te moeilijk vonden omdat transits ze toch al geweldig bezighield, of omdat in de CHTA lessen het “rekenen” ook aan de orde komt, een erfenis van de astrologie uit het pre-computer-tijdperk., een erfenis van onze geschiedenis waar astrologie eerder door mathematici dan door symboolduiders bestudeerd werd.
Joyce Hoen 2006

Index boekbesprekingen: http://www.astrologie.ws/besprek.htm

%d bloggers liken dit: